|
|
DE STANDAARD VAN DE BEAGLE
De standaard is een beschrijving hoe
het ras "de Beagle" er uit moet zien. De standaard is
internationaal vastgesteld door de Federation Cynologique
Internationale. (F.C.I.). Tijdens de keuringen dient een
keurmeester de honden te keuren aan de hand van de standaard.
De
standaard is een omschrijving van het ras, maar biedt tevens
enige speelruimte, zodat
niet alle Beagles precies hetzelfde
behoeven te zijn.
De in
onderstaande aangegeven nummers komen overeen met de nummer in
het plaatje
onderaan de tekst
Typische kenmerken: Een vrolijke
Brak wiens wezenlijke functie jagen is, vooral op hazen,
wiens
spoor hij volgt. Driest, erg actief, met veel
uithoudingsvermogen en vastberadenheid. Waakzaam, intelligent en
van gelijkmatig temperament.
Algeheel beeld: Een forse en compact gebouwde Brak, die
de indruk wekt van kwaliteit zonder grofheid.
Temperament: Lief en oplettend, zonder agressie of angst.
Hoofd en schedel: Hoofd tamelijk lang, krachtig, maar
niet grof, iets fijner bij een teef ,
zonder frons en rimpels.
Schedel licht gewelfd, matig breed, met geringe
achterhoofdsknobbel (1).
Stop goed (2) afgetekend, deze verdeelt
de afstand tussen neuspunt en jachtknobbel zo gelijk mogelijk.
Voorsnuit niet puntig, lippen goed hangend. De neusspiegel
breed, het liefst zwart,
maar iets minder pigmentatie bij
lichter gekleurde honden is toegestaan. Wijde neusgaten.
Ogen: Donkerbruin of hazelnootkleurig, tamelijk groot,
niet diepliggend, niet uitpuilend, goed
uit elkaar geplaatst,
met een zachte aantrekkelijke uitdrukking.
Oren: Lang met afgeronde punten: naar voren getrokken
bijna tot de neuspunt reikend.
Laag aangezet, fijn van
structuur, gracieus en dicht tegen de wang gedragen.
Mond: De kaken moeten sterk zijn, met een perfect,
regelmatig en volledig schaargebit;
de boventanden moeten
sluitend over de ondertanden heen vallen en recht in de kaken
staan.
Hals (3): Voldoende lang om de Brak in staat te stellen
zijn hoofd gemakkelijk naar de grond
te brengen om het spoor te
volgen, licht gebogen met weinig keelhuid.
Voorhand: Schouder (4) goed naar achter hellend, niet
beladen. Voorbenen recht en goed onder
de hond geplaatst, met
goede substantie, en rond van bot. Niet versmallend naar de
voet.
Middenvoeten (5) kort. Stevige ellebogen (6), noch naar
binnen, noch naar buiten draaiend.
Hoogte van grond tot
ellebogen ongeveer de helft van de schofthoogte.
Lichaam: Bovenlijn recht en horizontaal. Borst (7) daalt
tot onder de elleboog. Ribben goed
gerond en ver naar achter
doorlopend, kort in rug, maar goed in verhouding. Krachtige,
soepele lendenen (8), de buik niet te veel opgetrokken.
Achterhand: Dijen zeer gespierd. Sprongen goed gebogen.
Sterke, laag geplaatste hakken (9)
en evenwijdig aan elkaar ge-
plaatste middenvoeten.
Voeten: Gesloten en krachtig. Goed gebogen tenen en
sterke zoolballen. Geen hazenvoeten.
Nagels kort.
Staart: Stevig en van matige lengte. Hoog aangezet en
vrolijk gedragen (10) maar niet over
de rug gekruld of vanaf de
staartwortel naar voren gebogen. Goed met haar bedekt,
vooral
aan de onderzijde.
Gang: Gaat met rechte rug; krachtig gangwerk, zonder
neiging tot rollen. Vrije, ver uitgrijpende
en recht naar voren
gerichte pas, zonder hoge knie actie. Achterbenen tonen stuw-
kracht.
De voorbenen mogen niet maaien of kruisen.
Vacht: Kort, dicht en bestand tegen het weer.
Kleur: Iedere erkende Brakkenkleur, behalve de
leverkleur. Staartpunt wit.
Gewicht en maat: De gewenste schofthoogte bedraagt niet meer dan 16
inches (40,5 cm) of minder dan
13 inches (33 cm.)
Opmerking: Mannelijke dieren moeten twee normaal
ontwikkelde testikels bezitten die
volledig in het scrotum
moeten zijn ingedaald.
Goedgekeurd 23/24 juni 1987,
Jeruzalem
In Amerika heeft men een eigen
standaard die hier en daar afwijkt van de Engelse standaard.
In
Nederland houdt men vast aan de standaard van het land van
oorsprong, dus Engeland.
In Amerika geldt geen minimummaat, men
onderscheidt twee grootte klassen n.l. kleiner dan
13 inch (33
cm) en van 13 tot 15 inch (38 cm). De Amerikaanse Beagle mag
geen wam
(overvloedige keelhuid) vertonen, en geen overmatige
lip hebben.
DE BEAGLE
Oorsprong en Geschiedenis
De Beagle is afkomstig uit Engeland.
Het is een zeer oud ras. Reeds ver voor Christus
werden kleine
honden gebruikt voor de meutejacht op het haas. De honden leken
echter
nog niet op de Beagles zoals wij die nu kennen. De naam Beagle werd voor het eerst gebruikt
ten tijde van de regering
van Koning Henry VII (1457-1509) en later wordt in de
priv‚
boekhouding van Hendrik VIII (1509-1547) een betaling aan
de 'Beaglehouder' Robert Shere vermeld. De naam Beagle is
afkomstig van beag, beg of beigh, hetgeen in het
Keltisch
"klein" betekent. In Engeland wordt nog steeds met Beagle-meutes
gejaagd,
waarbij de honden te voet gevolgd worden. Daar de Beagle voornamelijk voor de jacht op
klein wild (hazen en
konijnen) wordt gebruikt, behoort hij tot de groep
"Brakken of
lopende honden" ofwel "hounds". Zij achtervolgen het wild en
oriënteren
zich met de neus op het spoor en niet met de ogen.
Vroeger was er bijna geen verschil
tussen de jagende Beagle en
de showBeagle, tegenwoordig is er tussen deze twee een
groter
verschil. De showhond is doorgaans compacter van bouw, de jachtBeagle is een
wat grotere Beagle met langere benen, die
zich hierdoor sneller kan verplaatsen op
omgeploegd land en door
beboste gebieden. In Engeland wordt de Beagle ook steeds
meer
als huishond en showhond gehouden. In Nederland worden zij
uitsluitend als
huishond gehouden. De eerste Beagles werden vanuit Engeland
geimporteert in 1954.
Op dit ogenblik worden er per jaar ruim 600 Beagles ingeschreven
in het Nederlands
Hondenstamboek.
De Pocket Beagle, die niet hoger meet dan 10 inches (25 cm) komt
hier ten lande niet voor.
Wel kennen we het Amerikaanse en het
Engelse type. Beide hebben hun eigen rasstandaard.
In Europa
wordt alleen de Engelse standaard erkend. Rastypisch voor het
Amerikaanse type
is dat deze Beagles over het algemeen
compacter, korter in rug, kortere hoofden, duidelijker
stop,
meer verfijnd zijn en een zachtere uitdrukking hebben dan de
Engelse.
De Engelse Beagles hebben doorgaans een langere schedel
en snuit, minder stop en
vlakkere schedel. De Amerikaanse
Beagles hebben vaak een geheel zwarte rug, met tan
aan het hoofd
en witte aftekeningen. Enkele Engelse Beagles hebben dezelfde
aftekeningen,
maar vaak hebben ze meer wit met grote gekleurde
vlekken. Na de tweede wereldoorlog
heeft de Beagle in Engeland
een snelle verbetering ondergaan door de invoering van
Amerikaans bloed.
De Beagle als huishond.
De Beagle is een ideale huishond. Het
gezin is zijn roedel en hij is erg lief voor kinderen.
De Beagle
is klein en handzaam, zachtmoedige, evenwichtig qua karakter en
een vrolijke en ondeugende rakker. Thuis ontpopt hij zich als
een heerlijke 'vrijkous' lief voor iedereen,
maar buiten toont
hij zich 'jacht- hond' en raakt in zijn element als hij tijdens
een wandeling
vol overgave snuffelend een 'spoor' volgt. Omdat
hij vanouds als meutehond erop gefokt is het
te schieten wild
zonder hulp van de mens binnen te halen, bezit de Beagle een
grote mate van zelfstandigheid, wat wij ervaren als een
behoorlijke portie eigenwijsheid. Hij moet dus zeer consequent
opgevoed worden. Het is aan te bevelen een
gehoorzaamheidstraining met de Beagle te volgen,zodat de baas
kan leren op een juiste manier met zijn hond om te gaan. Ook
heeft de Beagle
graag veel aandacht en vraagt dit dan ook van
zijn baas. Door zijn vrolijke karakter is hij altijd
in voor een
spelletje. Een bak gevuld met touwknopen, spijkerbroekpijpen,
doeken,
tennisballen en toiletrolletjes zijn vaak zijn favoriete
speelgoed. Een Beagle
heeft veel behoefte aan beweging. Naast de uitlaatbeurten moet
hij dagelijks zo'n
anderhalf uur kunnen wandelen en rennen. Dus
heeft u door een druk bezet leven weinig tijd
om een Beagle op
te voeden en alle aandacht en beweging te geven die hij nodig
heeft, dan
moet u beslist niet aan een Beagle beginnen.
De Beagle in het Jachtveld.
De Beagle is in Engeland van oudsher
in gebruik voor de jacht op het haas. 'Beagling' wordt
met een
meute (of pack) van 20 tot 25 honden beoefend. De master
selecteert elke jachtdag
de honden om de meute van die dag te
vormen. De samenstelling van de meute hangt af van
het terrein
waarin gejaagd zal worden. De master zoekt eerst de leidende
hond uit, waarna
de 'flank'-honden worden geselecteerd en hij
completeert de meute met de minder ervaren
(jonge) honden.
De meute dient het terrein af te zoeken, waarbij de master, die
achter de meute loopt,
wordt geholpen door whippers-in. Deze
helpers zorgen ervoor dat de Beagles niet al te ver van
de meute
afdwalen. Een knal met de zweep (whip) boezemt genoeg ontzag in
om de honden tot
de orde te roepen.
Als een hond het spoor vindt, dan geeft deze hond 'luid' en
direct zal de kop-hond dit controleren
en volop het verse
hazenspoor gaan volgen. De meute volgt dan, zoals dat heet,
'full-cry'
de kop-hond.
De master volgt op volle snelheid, te voet!!!, de ontketende
meute en de whippers-in waaieren in
een halve cirkel uiteen om
de meute op de flanken te controleren en een Beagle die het pack
verlaat, terug te drijven. De haken, die het vluchtende haas
slaat om zijn achtervolgers af te schudden, worden door de
flank- honden opgemerkt en deze 'waarschuwen' de kop-hond,
die
dan direct bijstuurt.
Beaglebezitters weten welke snelheden hun hondjes kunnen
ontwikkelen en het behoeft dan
ook niet te worden uitgelegd dat
het volgen van zo'n meute een goede conditie van de master,
whippers-in en toeschouwers vereist.
Gezien het feit dat een gezond haas
belangrijk sneller is dan een jagende meute kunnen wij
stellen
dat Beagling tot de 'sporten' gerekend kan worden. Zelden wordt
een haas gevangen
en volgt een zogenaamde 'kill'. Meestal is het
haas de meute te 'slim' af, mede doordat de geur
die een
vluchtend haas afgeeft steeds minder wordt.
Zet men een Beagle meute in om een vos op te sporen dan valt dit
in de categorie 'werk'.
De vos zal namelijk zijn vlucht nemen in
een konijnenhol en de jagers zullen de vos met behulp
van een Terrier uit het hol drijven en vangen.
In Nederland is Beagling op levend wild
niet mogelijk. Door het intensieve wegennet is het te gevaarlijk
en bovendien is deze jachtvorm op het haas alleen toegestaan
indien de master in het
bezit is van een jachtakte en
toestemming heeft van de terreineigenaar.
In Nederland kennen we slechts 1 meute die uit Beagles bestaat.
"De Kempen" Beagles van
Ton Dimmers en jagen echter
hoofdzakelijk in België, waar er nog enigzins ruimte is voor dit
werk.
Deze sport wordt ook in wedstrijdvorm bedreven. De Belgian Hound
Club organiseert al meer
dan tien jaar wedstrijden op het haas
of konijn voor meutes van minimaal vier Brakken.
Aan deze
traditionele wedstrijd doen ook Beagle-meutes mee.
In Nederland wordt op dit moment uitsluitend het zogenaamde
"zweetwerk" beoefend. "Zweet"
is het bloed dat een bij de jacht
of door een auto ongeluk gewond dier bij de vlucht verliest.
Zo'n gewond dier moet opgezocht worden en daarvoor worden de
"zweethonden" gebruikt,
die in staat zijn tot wel 48 uur na de
verwonding het spoor te volgen.
Daarnaast wordt er in Nederland een Luid-op-spoor proef
gehouden. Hierbij volgt een hond
alleen het spoor van een
opgestoten haas. het is dan de bedoeling dat de hond het spoor
al "luid" gevend uitwerkt. Mogelijk kan in Nederland binnenkort
het meutewerk op
het konijn beoefend worden.
Bron
BEAGLE CLUB NEDERLAND
|
copyright © 1999-2007 Elly Vervoort
Eigenaar van Beaglekennel From Elly`s Pack |
|

|